Eén op drie koppels in België is bicultureel
Gezinsbeleid en hulpverlening onvoldoende afgestemd op superdiverse relaties
Maandag 19 oktober – De voorbije dertig jaar is het aandeel biculturele koppels in onze samenleving verdubbeld. In meer dan één op de drie van alle relaties (gehuwden en samenwonenden) in België is minstens één van de partners van niet-Belgische origine (36%). In Vlaanderen gaat het om ruim één op de vier van de koppels (26%). Brussel is de koploper van superdiversiteit. Hier vinden we bij meer dan vier op de vijf relaties minstens één partner van niet-Belgische herkomst (82%). Dat blijkt uit onderzoek van het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van Odisee-hogeschool.
“Gezinnen en relaties waren nog nooit zo divers als vandaag. Ze zullen morgen nog diverser zijn. Dat is eigen aan de overgang naar een superdiverse samenleving”, zegt onderzoeker Dirk Geldof. De onderzoekers analyseerden de bevolkingsdata voor alle gehuwde en samenwonende koppels in België de voorbije drie decennia. Daarnaast namen ze diepte-interviews af met biculturele koppels. Die resultaten brengen ze nu samen in het boek Liefde in kleur. Biculturele relaties in een superdiverse samenleving.
In de top-10 van koppels naar herkomst zijn de meeste relaties nog tussen twee partners van Belgische origine. Bij relaties met minstens één partner van niet-Belgische origine blijven de historische migratielanden nog sterk zichtbaar. Koppels met twee partners van Marokkaanse origine komen op plaats twee, Belgisch–Italiaanse koppels op drie. Op vier vinden we relaties tussen twee partners van Turkse origine. Koppels met een Belgische en een Franse partner of met een Belgische en een Nederlandse partner komen op de vijfde en zesde plaats, gevolgd door relaties tussen twee mensen van Italiaanse origine. Geleidelijk groeit ook het aandeel relaties met mensen uit recentere migratielanden, waaronder Roemenië. ‘Met de groeiende superdiversiteit groeit ook het aantal verschillende herkomst-combinaties van partners’, stelt onderzoeker Dirk Geldof.
Gewoon koppels…
De samenleving ziet biculturele relaties nog vaak als ‘anders’. “De interviews leren echter dat biculturele koppels in de eerste plaats … gewoon koppels zijn. Het zijn mensen die (gehuwd of ongehuwd) samenleven, met of zonder kinderen. Uit alle gesprekken bleek dat ze hetzelfde verwachten en verlangen van hun relatie als andere mensen.”
Grotere kans op scheiding: koppels botsen vaak op vooroordelen en druk uit omgeving
Toch zien de onderzoekers dat hun kans op scheiding of relatie-ontbinding groter is. Koppels met minstens één partner van niet-Europese herkomst zijn op dat vlak het meest kwetsbaar.
“Het meest opvallende verschil tegenover andere koppels is een extra laag van complexiteit”, vertelt Kim Lecoyer. “Dat heeft niet alleen te maken met verschillen tussen de partners op het vlak van taal, cultuur of religie, want ook de scheidingscijfers van mensen met eenzelfde niet-Belgische origine liggen hoger.”
Het onderzoek leert vooral dat bi-culturele koppels vaak extra druk ondervinden vanuit hun(schoon)familie, vanuit de ruimere omgeving (vrienden of collega’s) en vanuit de bredere samenleving. Het is de omgeving die hen als ‘anders’ ziet waardoor ze druk voelen om actief na te denken over hun relatie, of om zich te verantwoorden. “Vaak krijgen ze te maken met goedbedoelde vragen of opmerkingen, vooroordelen en impliciet of expliciet racisme. Dat kan extra druk zetten op je relatie. Ook bij het opvoeden van de kinderen moeten zij actief nadenken over welke elementen, welke waarden en normen maar ook welke gebruiken en gewoontes ze willen doorgeven,” aldus Kim Lecoyer.
Gebrek aan geschikte ondersteuning op maat
Wanneer ze raad, hulp of ondersteuning zoeken, vinden biculturele koppels die vaak niet. De meeste gezinsbegeleiders, relatietherapeuten of scheidingsbemiddelaars vertrekken nog vaak van hun eigen witte middenklasse kader. Ze hebben weinig voeling met biculturele koppels waardoor ze eerder kleurenblind werken dan divers-sensitief.
“We hebben dringend nood aan een meer divers-sensitieve hulpverlening. Dat betekent in de eerste plaats meer hulpverleners met een migratieachtergrond. Daarnaast moeten we een stap verderzetten in de interculturalisering van de hulpverlening en gezinsondersteuning”, aldus Kim Lecoyer.
Divers-sensitieve relatieondersteuning vertrekt vanuit de (h)erkenning van de eigenheid van de ander. Hulpverleners en gezinsondersteuners moeten meer in dialoog werken met de koppels met wie ze werken, zeker in situaties waarin verschillen tussen partners onderling, of verschillen tussen de hulpverlener en de partners, een rol spelen.
Gezinsbeleid kleurenblind?
Ook het gezinsbeleid in Vlaanderen vertrekt nog sterk vanuit een zogenaamd universele maar in feite kleurenblinde visie, die onvoldoende aansluit bij de noden van de steeds diversere gezinnen in Vlaanderen.
Met de verdubbeling van het aandeel biculturele relaties de voorbije drie decennia versnellen biculturele relaties de normalisering van superdiversiteit van onderuit, in een gepolariseerde samenleving. “Liefde in de 21ste eeuw is steeds vaker liefde in kleur. In dat opzicht vormen biculturele koppels de voorbode van een verdere superdiversifiëring van de samenleving. Wat betreft samenleven, relaties en opvoeding, kunnen we van deze koppels nog heel wat leren,” besluit Dirk Geldof.
Interview de onderzoekers!
Wil je meer weten over het onderzoek? De onderzoekers en auteurs van het boek Liefde in kleur beantwoorden graag je vragen. Neem contact met ons op: marketing@acco.be
Schrijf je een review van het boek? Vraag je gratis persexemplaar aan via onderstaande knop.